| Overheidsorganisatie | Gemeente Lingewaal |
|---|---|
| Officiële naam regeling | Subsidieverordening gemeentelijke monumenten Lingewaal |
| Citeertitel | Subsidieverordening Monumenten Lingewaal |
| Vastgesteld door | gemeenteraad |
| Onderwerp | algemeen |
| Datum inwerkingtreding | Terugwerkende kracht t/m | Betreft | Datum ondertekening, Bron bekendmaking | Kenmerk voorstel |
|---|---|---|---|---|
| 25-12-2002 | n.v.t. | Nieuwe regeling | 31-10-2002 Lingewaaljournaal, 13-11-2002 | Onbekend |
| 23-12-2002 | n.v.t. | Nieuwe regeling | 31-10-2002 Lingewaaljournaal, 13-11-2002 | Onbekend |
Subsidieverordening Monumenten Lingewaal
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om in het belang van de monumentenzorg en met inachtneming van het bepaalde in deze verordening subsidie toe te kennen.
Burgemeester en wethouders nemen pas een beslissing over een aanvraag nadat zij hierover advies gevraagd hebben bij de monumentencommissie.
Burgemeester en wethouders houden bij hun beslissing op grond van het eerste lid rekening met subsidie die op grond van enige andere regeling is of kan worden toegekend.
Burgemeester en wethouders kunnen aan het toekennen van subsidie voorwaarden verbinden.
Burgemeester en wethouders hanteren voor de uitvoering van het onderhoud aan monumenten de “Provinciale uitvoeringsvoorschriften ten behoeve van restauratie en onderhoud” van de provincie Gelderland.
In bijzondere gevallen kunnen burgemeester en wethouders in het belang van de monumentenzorg afwijken van de bepaling van deze verordening. Burgemeester en wethouders zullen hiertoe niet overgaan dan nadat de Monumentencommissie is gehoord.
De gemeenteraad neemt jaarlijks een bedrag op in de gemeentebegroting voor de uitvoering van deze subsidieverordening.
Onbestede middelen en restanten door lagere definitieve subsidietoekenningen worden toegevoegd aan de "reserve subsidieverordening monumenten"
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om deze reserve aan te spreken wanneer het in lid 7 bedoelde budget onvoldoende is om de ingediende aanvragen af te handelen.
Burgemeester en wethouders kennen slechts subsidie toe voor zover de begrote financiële middelen toereikend zijn.
Aanvragen om subsidie kunnen ingediend worden tussen 1 november voorafgaand aan het subsidiejaar en 1 februari van het subsidiejaar.
Aanvragen ingediend in de in lid 2 genoemde periode worden na het verstrijken van deze periode collectief afgehandeld.
Aanvragen als bedoeld in lid 3 kunnen een subsidie ontvangen naar rato van de subsidiabel gestelde kosten met in acht name van het in artikel 3.1, lid 4 genoemde maximum.
Alle aanvragen om subsidie ingediend in de periode van 1 februari tot en met 31 oktober worden in volgorde van binnenkomst in behandeling genomen. De rangorde wordt bepaald door de datum waarop de aanvraag voldoet aan het gestelde onder artikel 4.1 met in acht name van artikel 3.1 lid 6.
Aanvragen om subsidie welke in dit verband met het bepaalde in het eerste lid niet kunnen worden toegekend, worden door burgemeester en wethouders afgewezen.
In afwijking van het bepaalde in het tweede tot en met het vierde lid zijn burgemeester en wethouders bevoegd om aanvragen extra prioriteit toe te kennen.
In dit hoofdstuk van de verordening wordt verstaan onder monumenten:
Panden of objecten die conform artikel 3 van de "Monumentenverordening Lingewaal" zijn geplaatst op de gemeentelijke monumentenlijst ("gemeentelijke monumenten").
In deze verordening wordt onder eigendom mede verstaan:
Aan de eigenaar van een monument als bedoeld in artikel 2.1. kan een subsidie worden toegekend als tegemoetkoming in de volgende onderhoudskosten;
De subsidie zoals bedoeld in het eerste lid bedraagt 20% over de door burgemeester en wethouders subsidiabel gestelde kosten.
Subsidie wordt alleen verstrekt indien de subsidiabele onderhoudskosten € 750,-- of meer bedragen. Dit houdt in dat het minimale subsidiebedrag € 150,-- is.
Per kalenderjaar kan over maximaal € 4.600,-- een subsidie verstrekt worden.
Cumulatief zullen de gezamenlijke "overheidsbijdragen" van deze en andere subsidies, bijdragen en / of voordelen niet meer bedragen dan 80%.
Onder de in artikel 3.1. bedoelde onderhoudskosten worden in elk geval begrepen de geraamde en door of namens burgemeester en wethouders goedgekeurde bedragen van:
De subsidie ingevolge artikel 3.1. wordt slechts toegekend wanneer het pand, na het uitvoeren van het onderhoud, in zijn geheel beschouwd, zal voldoen aan de eisen die volgens wettelijke voorschriften aan het pand moeten worden gesteld.
De subsidie ingevolge artikel 3.1. wordt slechts toegekend wanneer het pand, na het uitvoeren van het onderhoud, uit een oogpunt van monumentenzorg aan redelijke eisen voldoet, dan wel een redelijke bijdrage levert aan het uiterlijk aanzien van het dorpsgezicht.
In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid kan een bijdrage ineens worden toegekend voor het treffen van voorzieningen tot gedeeltelijke opheffing van bouwtechnische gebreken, indien het een beschermd monument betreft en de voorzieningen in het belang van de instandhouding met spoed dienen te worden getroffen.
Bij hun beslissing over een aanvraag om een subsidie ingevolge artikel 3.1. houden burgemeester en wethouders in elk geval rekening met:
De bijdrage ineens wordt toegekend onder de voorwaarden, dat:
Burgemeester en wethouders kunnen afwijking van de, in het eerste lid onder a. en b., genoemde termijnen toestaan.
Van de onder lid 1 a. en e. genoemde voorwaarden dient voor aanvang van het onderhoud een schriftelijke verklaring afgegeven te worden.
B&W kunnen de uitbetaalde subsidie terugvorderen indien niet wordt voldaan aan het gestelde onder lid 1.e.
De toekenning van de bijdrage vervalt:
Burgemeester en wethouders kunnen de toekenning van de bijdrage intrekken indien niet wordt voldaan aan de voorwaarden bedoeld onder artikel 3.5 lid 1 c. of d. of aan de op grond van artikel 1.1 lid 4 en / of lid 5 nader gestelde voorwaarden.
De bijdrage wordt niet toegekend, indien;
Aan de onder lid 1 a. genoemde voorwaarden kan ontheffing verleend worden wanneer dit noodzakelijk is voor de instandhouding van het monument, echter alleen nadat de subsidieaanvraag ingediend is en de bestaande situatie is opgenomen door de gemeente;
Burgemeester en wethouders kunnen de toekenning van subsidie intrekken indien de eigenaar, voordat hij met de werkzaamheden is begonnen, niet heeft verklaard dat hij akkoord gaat met de subsidiebeschikking en de daarin gestelde voorwaarden.
De aanvraag om toekenning van een bijdrage ineens wordt op een door burgemeester en wethouders beschikbaar te stellen formulier bij burgemeester en wethouders ingediend.
Naast het in lid 1 bedoelde aanvraagformulier dient de aanvraag te bevatten:
Burgemeester en wethouders verklaren de eigenaar/bewoner die een aanvraag indient en die niet aan de in de leden 1 en 2 gestelde voorwaarden voldoet in zijn verzoek niet-ontvankelijk.
Burgemeester en wethouders beslissen omtrent een aanvraag om een subsidie binnen zes maanden na de dag waarop de aanvraag voldoet aan het gestelde in artikel 4.1.
Zij kunnen hun beslissing éénmaal voor ten hoogste drie maanden verdagen. Een afschrift van hun besluit tot verdaging zenden zij aan de aanvrager.
Aanvragen als bedoeld onder 4.1 worden alleen in behandeling genomen indien de werkzaamheden waarvoor eerder een beschikking is afgegeven op grond van deze subsidieverordening geheel afgerond en afgerekend zijn.
Per kalenderjaar wordt voor ieder monument eenmaal een aanvraag om subsidie in behandeling genomen.
Burgemeester en wethouders kunnen van het gestelde onder 4 eenmalig afwijken wanneer de tweede aanvraag ingediend is voor meerwerk aan de onderhoudswerkzaamheden waarvoor een subsidiebeschikking is afgegeven als bedoeld in artikel 3.1 en voorzover dit meerwerk het maximale subsidiabele bedrag als genoemd onder artikel 3.1 lid 4 niet te boven gaat.
Wanneer het onderhoud bedoeld in artikel 3.1. is getroffen dient de aanvrager binnen 6 weken na afronding van het onderhoud het verzoek tot uitbetaling van de subsidie aan burgemeester en wethouders te richten. Bij dit verzoek dienen alle gevraagde bewijsstukken overlegd te worden.
Burgemeester en wethouders beslissen binnen twee maanden na ontvangst van het verzoek tot uitbetaling over de definitieve vaststelling van de subsidie.
Onder de in lid 1 genoemde bewijsstukken worden verstaan: afschriften van rekeningen en betalingsbewijzen inzake de uitgevoerde werkzaamheden, een kostenspecificatie van de uitgevoerde voorziening, de totale kostenopstelling overeenkomstig de goedgekeurde aanvraag.
Uitbetaling van een op grond van dit hoofdstuk toegekende definitieve bijdrage vindt plaats nadat de onder lid 1,2 en 3 genoemde werkzaamheden en gegevens door of vanwege burgemeester en wethouders zijn gecontroleerd en akkoord bevonden.
Uitbetaling geschiedt uitsluitend op een bij de gereedmelding door de eigenaar op te geven giro- of bankrekening bij een in Nederland gevestigde bankinstelling.
Een subsidiebeschikking wordt automatisch ingetrokken indien het verzoek tot uitbetaling niet is ontvangen en de termijn als bedoeld in artikel 3.5 lid 1b, verlengd met die gesteld in artikel 5.1 lid 1, is verstreken.
In de daarvoor naar het oordeel van burgemeester en wethouders in aanmerking komende gevallen kan op verzoek van de aanvrager een voorschot op de subsidie worden verstrekt van maximaal 80% van de toegekende subsidie.
Deze verordening treedt in werking op de dag, nadat de termijn voor het indienen van een verzoek tot het houden van een referendum is beëindigd.
Deze verordening kan worden aangehaald als:“Subsidieverordening Monumenten Lingewaal”.
Gemeente Lingewaal, 31-10-2002
(331,1 KB)